JEROEN DERCKSEN – OVER MIJN WERK

tekening van (vader) Harry Dercksen - Jeroen tekent - ca. 1963

DRIE GENRES
Mensen die mijn werk voor het eerst zien, verbazen zich erover dat ik naast elkaar abstract, realistisch en vrij / schetsmatig werk en dat ik in alle drie die genres succesvol ben. Een aantal jaren geleden kon je opdrachtgevers, galeristen en kopers indelen op basis van deze drie genres. Het waren gescheiden werelden. De laatste jaren zijn er steeds meer kunstliefhebbers die juist ook deze samenhang interessant vinden.
Voor mij is het het vanzelfsprekend om zo te werken en ik ben het ook altijd zo blijven doen.

VAN JONGS AF AAN
Mijn vader was schilder en kunstliefhebber. Van jongs af aan heeft hij mij geconfronteerd met een enorme diversiteit aan werken en opvattingen van kunstenaars. Ik werd meegenomen naar Romaanse kerken, grote en kleine musea, naar biënnales. Hij leerde mij kijken en hij wijdde mij in in theoretische beschouwingen over de oude en de moderne schilderkunst. Ik zag dit als een ontdekkingstocht. Op het terrein van materiaal en techniek, de beeldelementen, de inhoud van het beeld, de waarneming, de rol van de kunstenaar en de maatschappelijke contexten. En naarmate ik ouder werd, bood de wetenschap mij daarbij belangrijke kennis, bijvoorbeeld over creatieve processen en over de waarneming.

ER GOED IN WORDEN
Eens heb ik bedacht dat, als ik een goed kunstenaar wil zijn, ik in zoveel mogelijk deelgebieden van de kunst goed moet worden. En ‘er goed in worden’ betekent voor mij: zoeken naar alle kennis, vaardigheden en inzichten die met kunst van doen hebben. Aan deze ontdekkingstocht zonder eind ben ik verslaafd geraakt. Er is op dit moment zoveel informatie te vinden. Er zijn boeken en films die gaan over schilders en hun werkmethoden, over de door hen gebruikte materialen en hun denkwijzen. En ook de nieuwe media openen deuren naar nieuwe kennis.Ik ben gaan wonen in een gebied waar veel cultuur te zien is.  Een half uur fietsen en ik sta oog in oog met een Rembrandt, een van Gogh of een de Kooning. Op de terugweg fiets ik langs een winkel waar ik hoogwaardige schildersspullen kan kopen. Kennis, inspiratie en materialen – alles is voor mij hier binnen handbereik.

OEFENEN, OEFENEN, OEFENEN
Maar kennen en weten betekent niet dat je het schilderambacht beheerst. Het leren van de schilder- en tekentechnieken heeft mij jaren gekost. Een eindeloos oefenen van de concentratie, de waarneming en de motoriek. Dit zie ik net als trainen in de sport. Als je goed wilt worden, is trainen noodzakelijk.Als ik een portretopdracht krijg, begin ik een week van tevoren met elke dag een uur langer realistisch tekenen. Ik geef mezelf opdrachten om de waarneming en de motoriek te oefenen. Bijvoorbeeld: teken alleen goede contouren, teken een licht-donker contrast. Dit werk vraagt veel discipline en regelmaat, maar na een periode van inspanning merk ik altijd dat het weer beter lukt dan voorheen.

WAAROM IK HET DOE
Als ik geconcentreerd aan het schilderen ben, raak ik in een bijzondere geestestoestand. Deze geestestoestand is het best te beschrijven met woorden als: diepe concentratie, geen besef van tijd, betekenisvol. Ik gebruik de drie verschillende genres, abstract, realistisch en vrij naar de natuur, om verschillende concentraties te ervaren.

Abstracten: Ik concentreer mij volkomen op de verf en op het papier of het doek. Tijdens het werken lijkt het alsof de wereld alleen bestaat uit dit schilderij. Na enige tijd, vraag me niet wanneer en waarom, neem ik enige afstand en kijk naar de chaos op het doek. Dan zoek ik patronen, lijnen, diepte. Maak ik, nog steeds zonder plan en onbewust, volop gebruik van mijn kennis en ervaring met beeldtaal. Het schilderij schildert zichzelf. Ik kan kwaad en teleurgesteld worden als het ‘fout’ gaat en intens gelukkig als het lukt. Misschien is de essentie van dit werk dat ik al de concepten die ik heb ontwikkeld, ook weer los te durf te laten en vertrouw op mijzelf. Uiteindelijk ben ik verrast door de zeggingskracht van het werk en de herkenning van vormen en beelden – een landschap, een weersgesteldheid, een openslaande deur. En ik realiseer mij dat niemand anders dit schilderij zo had kunnen maken.
abstracten op doek
abstracten op papier

Mensen: Eerst bedenk ik hoe ik wil dat het moet worden. Ik maak foto’s om verschillende houdingen uit te proberen. Soms maak ik een schets in grijswaarden op ware grootte. Bij een portret in opdracht is dit het moment waarop ik met de opdrachtgever overleg. Als die geraakt is, ga ik aan de slag. Stukje voor stukje en met grote aandacht werk ik het ontwerp heel precies uit, de haren, de ogen, de huid, de kleding… Een langdurig en intensief proces. Als het lijkt of de persoon op papier of op doek contact met mij gaat maken, dan gaat het goed. Het interessante van deze werkmethode is, dat ik alles wat ik weet en kan, heel bewust toepas. Het gevoel van beheersing en sturing is een prettige ervaring. Ik heb na afloop het idee dat ik echt een prestatie heb geleverd en ik realiseer mij dat ik mij met dit werk in een eeuwenoude schilderstraditie schaar. Dat vervult mij met trots
portretten op papier
portretten op doek
portretten in opdracht

Bloemen: Ik focus mij helemaal op de vormen en kleuren, de lichtval, het lijnenspel, de statigheid, de breekbaarheid, of juist de stoerheid van het object. Het object leidt mij. Ik komt in een soort roes, kijk en maak, kijk en maak, en als vanzelf geef ik het schilderij kleuren en vormen die ik nooit eerder heb bedacht of gebruikt. Ik schets met verf, inkt, potlood, krijt en dit schetsen gaat in feite constant door. Een experiment bijvoorbeeld met kleurcombinaties kan nu zo interessant worden, dat dit een eigen leven gaat leiden. Maar ik blijf verbonden met het object, blijf kijken en blijf in die concentratie die mij een erg prettig gevoel geeft. Als het werk klaar is moet ik mij eerst losmaken van deze ervaring. En ik realiseer mij hoe belangrijk het voor mij is om deze schoonheid te kunnen verbeelden.
bloemen op doek
bloemen op papier

NIEUWE ENERGIE
Als ik een tijdje heb gewerkt in één van de genres, treedt er altijd een moment van verzadiging op. Ik kan mij niet meer concentreren. Het wordt een zware opgave. Dan richt ik mij op een van de andere genres en voel me bevrijd. Ik krijg nieuwe energie en stort me op en ervaar dat ik alles wat ik in de voorafgaande periode geleerd heb, bewust of onbewust, meeneem in een volgend werk.